Recycleren, no-brainer voor het klimaat

Als de wereld slimmer zou recycleren en composteren, zou dat de uitstoot van de afvalsector jaarlijks met 1,4 miljard ton CO2 verminderen.

De afvalsector is goed voor een vijfde van de wereldwijde uitstoot van methaan, een broeikasgas schadelijker dan CO2. Volgens een rapport van de Global Alliance for Incenerator Alternatives, een afvalwaakhond die pleit voor alternatieven voor de verbrandingsoven, kan de sector z’n uitstoot verminderen met 84 procent door beter te recycleren en composteren. In cijfers komt dat neer op het equivalent van 1,4 miljard ton CO2, alsof alle voertuigen in de VS het hele jaar in de garage zouden blijven. Toch is er volgens de organisatie in de klimaatplannen te weinig aandacht voor zulke alternatieve verwerkingsmethodes.

Deze schimmel verwelkom je graag in huis

Uit reststromen van de teelt van biochampignons maakt PermaFungi mycomateriaal. Dat kan dienen als alternatief voor piepschuim of plastic.

Het Brusselse PermaFungi kweekt al enkele jaren biologische paddenstoelen op koffiedik, een afvalstroom die in Brussel alleen al goed is voor 15.000 ton per jaar. Onlangs voegde het bedrijf een extra activiteit aan het repertoire toe. Door mycelium (zaad van schimmels) in te spuiten in champost (de reststroom van de eigen oesterzwamteelt) verkrijgt het mycomateriaal. Dat kan dienen als isolatie in de verpakkings- en bouwsector, een milieubewust alternatief voor piepschuim of plastic. Maar zelfs doodskisten of urnen uit mycomateriaal behoren tot de mogelijkheden. Kwestie van circulair wel heel letterlijk te nemen.

Circulaire economie? België lijkt er klaar voor!

Een studie bracht de mate van circulariteit van de EU-economieën in kaart om te kijken welke landen klaar zijn voor een circulaire economie. België behoort tot de primussen..
Het voortgangsrapport circulaire economie van werkgeversorganisatie VBO en adviesbureau Möbius verschijnt om de twee jaar en bestudeert vijf graadmeters. Die geven aan in welke mate de economie van de verschillende landen van de Europese Unie circulair draait. België doet het verhoudingsgewijs prima. Zo komt 23 procent van de in ons land gebruikte materialen uit recyclage. Enkel Nederland doet beter, met 30 procent. Het gemiddelde in de EU ligt een pak lager, op 12,8 procent. We recycleren ook meer afval - zo’n 81 procent, tegenover 55 procent in de rest van de EU.

Koploper in 2030

België springt ook efficiënter om met materiaal: we kunnen evenveel produceren met minder materiaal. Voor een klein land verbruiken we wel veel materialen en produceren we veel afval. Volgens de auteurs van het rapport is dat een rechtstreeks gevolg van onze exportgerichte economie met veel materiaalintensieve industriële activiteiten. Om correct te vergelijken, zo stellen ze, moeten we ook kijken naar de structuur van de verschillende economieën.

VBO maakt van circulariteit een speerpunt in haar toekomstvisie voor België. Tegen 2030 wil het koploper zijn wat betreft de circulaire economie. “Willen we de toekomst van ons land veiligstellen, dan moeten we een versnelling hoger schakelen om de impact van de circulaire transitie optimaal te bewerkstelligen”, klinkt het. “We hebben alle sleutels in handen om van België een welvarende en veerkrachtige economie te maken. Maar de weg is niet gemakkelijk.”

Repareren: fabrikanten moeten het leren

De Belgische regering maakt werk van een verplichte herstelscore op electronica. Die moet toestellen van de schroothoop behoeden.

Wie kent volgende scenario niet: je laptop, smartphone of wasmachine geeft de geest, maar er zijn geen reserveonderdelen voorhanden of het toestel kan niet uiteen gevezen worden. Gevolg: veel elektronica belandt vroegtijdig bij het huisvuil. Dat stuwt de vraag naar schaarse metalen omhoog en zorgt voor CO2-uitstoot. Minister van Leefmilieu Zakia Khattabi (Ecolo) wil het probleem aanpakken. Haar wetsontwerp voorziet vanaf volgend jaar een herstelbaarheidsindex op elk elektrisch toestel, een score die aanduidt hoe makkelijk het apparaat te herstellen valt. “Circulaire economie moet de norm worden”, aldus Khattabi.

Advies voor (toekomstige) Facility Managers

Geen onderneming blijft overeind zonder facility management, de ondersteunende activiteiten die de onderneming doen draaien. En dat behoeft een duurzame en innovatieve aanpak.
Noem facility management (FM) - facilitair beheer in het Nederlands - gerust het huishouden van een bedrijf. Het omhelst alles wat achter de schermen gebeurt, van het regelen van verbouwingen tot verwarming, verlichting, verluchting en beveiliging. Gebeurt het goed, dan merk je er niets van. Maar gebeurt het niet of slecht, dan stort de hele onderneming in elkaar als een kaartenhuisje.

Facilitair beheer is per definitie gericht op de toekomst. Duurzaam denken is dus cruciaal in de rol. Zo duurt de bouw van een ziekenhuis gemiddeld dertien jaar. “Dan moet je doordrongen zijn van duurzaamheid”, stelt Henk Vincent, directeur Masterplan Nieuwbouw bij Vitaz. “Je moet bouwen op disruptieve innovatie, niet op bewezen technologie.”

Niet sexy? Onterecht!

Zo’n aanpak kan weerstand oproepen. “Dus moet je goed inschatten welk niveau van weerstand er bij de directie heerst”, aldus Anne Lenaerts, marketingdirecteur bij Nnof. Zij stipt nog enkele andere aandachtspunten aan. “Een milieuzorgsysteem kan een hulp zijn. Vertaal standaarden naar de werkvloer. Toon wendbaarheid en maak inrichting niet te ingewikkeld.”

Volgens Hafsa El-Bazioui, schepen van personeel in Gent, heeft facility management ten onrechte z’n imago tegen. “Het is geen sexy titel. Maar innovatie associeer ik met goesting en bevlogenheid.” Guy Eeckhout van Ardenx gelooft niet in strategische FM op zich. “Het maakt best deel uit van een bredere bedrijfsstrategie. En duurzaamheid dient in balans te zijn met andere zaken.”

Vissen naar afval

Steeds meer Belgische Noordzeevissers nemen het zwerfvuil uit hun visnetten mee naar land in plaats van het opnieuw over boord te gooien.

In 2016 ging Fishing For Litter van start, een project dat de vissers aanmaant om het aangetroffen afval mee aan wal te brengen. Daar wordt het gerecycleerd. De rederijen doen op vrijwillige basis mee, maar het enthousiasme groeit overduidelijk.

Verzamelden de schepen in 2017 nog twee ton, dan liep dat in 2020 op tot 18 ton. In 2021 klokten ze zelfs af op 65 ton. Ook het aantal deelnemende rederijen ligt in stijgende lijn. “Het is niet enkel goed voor de zee zelf, maar ook voor het imago van de vissers”, verklaarde minister van Noordzee Vincent Van Quickenborne (Open VLD). “Zij dragen echt bij tot een betere zee.”

Afgedankt, maar verre van afgeschreven

De Brusselse start-up Octave geeft afgedankte batterijen uit elektrische auto’s een nieuw leven. Als opslagcapaciteit voor groene energie.

In Zelzate toont een prototype het potentieel van het nieuwe innovatieve systeem. Overdag slaan oude batterijen groene energie uit 55.000 zonnepanelen op. Na zonsondergang leveren ze stroom aan de waterzuiveringsinstallatie die er dag en nacht draait.

Volgens Octave is het batterijsysteem vooral nuttig voor kmo’s en industriebedrijven. “Zo kunnen we het energiebeleid van ondernemingen optimaliseren”, klinkt het. Door de zelfconsumptie te verhogen en het piekverbruik te verminderen, leidt dat op termijn tot lagere energiefacturen. In de toekomst hoopt Octave de gerecycleerde batterijen eveneens mobiel in te zetten.

Milieuonvriendelijke bureaus frustreren werknemers

Sinds de pandemie verlangen werknemers naar een duurzame, milieuvriendelijke werkplek. Veel werkgevers blijven evenwel achter, blijkt uit Nederlands onderzoek in opdracht van Tork.
Corona veranderde de blik van veel werknemers. Zij denken meer na over hun impact op het milieu. En over wat ze kunnen doen om die te verminderen. Die bewuste werknemers verwachten eenzelfde engagement van hun oversten, maar helaas: de (al dan niet sporadische) terugkeer naar kantoor na het massale telewerken leidt tot desillusies.

Zo is 43 procent van de ondervraagden teleurgesteld dat hun werkgever niet verduurzaamde tijdens de pandemie. 56 procent noemt het eigen kantoor zelfs “beschamend milieuonvriendelijk.” Vooral lopende kranen, bedrijfswagens op benzine, papieren koffiebekertjes en energieverslindende handendrogers zijn een doorn in het oog. 71 procent van de werknemers heeft het gevoel zelf het voortouw te moeten nemen.

Verschoven houding

Nochtans dragen inspanningen van werkgevers niet enkel bij tot een prettige werkomgeving, ze geven vaak ook de doorslag in de strijd om talent. Bij het zoeken naar een nieuwe job wil 70 procent van de ondervraagden namelijk solliciteren bij een onderneming met een milieuvriendelijke reputatie, een bedrijf dat duurzame actie onderneemt.

Werkgevers moeten zich daarvan bewust zijn, stelt Ineke van den Bremt, marketingmanager van het hygiënebedrijf Essity. “De afgelopen achttien maanden verschoof de houding van werknemers. Duurzaamheid wordt serieuzer genomen dan ooit. Eenvoudige stappen, zoals het verbeteren van recyclage en het verminderen van energieverbruik, kunnen al een verschil maken. Maar enkel wanneer je werknemers erbij betrekt.”

Nnof renforce les liens entre les travailleurs chez Alcon

Nnof stimuleert verbondenheid bij Alcon

Met flexibele werkplekken zorgde Nnof voor meer verbondenheid in het nieuwbouwproject van Alcon. "Iedereen komt weer graag naar kantoor."

Alcon, een wereldwijde referentie voor oogverzorging en -chirurgie, zocht in 2019 onderdak voor zijn administratie. Uit gesprekken met potentiële partners kwam Nnof als beste. In plaats van de geplande 80 vaste werkplekken opperde Nnof een concept met 51 flexibele werkplekken.

De indeling is uniek, met telefooncellen, cockpits, focuswerkplekken voor één persoon, overlegplekken met zachte kussens, een multifunctionele aula en een groen terras dat buiten werken toelaat. “Naast de twee thuiswerkdagen, die we al hadden voorzien voor de pandemie, komen onze medewerkers graag terug samen in een mooie kantooromgeving. Dit stimuleert mee het groepsgevoel naast het thuiswerken”, lacht Dirk Tierens van Alcon.

Spijt van je carrière? Dit kan je eraan doen

We verzuipen in het werk, hebben spijt van onze carrièrekeuzes en krijgen massaal burn-outs. De oplossing voor die problemen liggen nochtans voor het oprapen: meer flexibiliteit.

Een onderzoek van de Antwerp Management School en de Vrije Universiteit Amsterdam peilde naar de loopbaantevredenheid van werknemers. Die gaven hun carrière gemiddeld 7,37 op tien, maar 20 procent zegt helemaal niet tevreden te zijn. Een derde heeft spijt van het loopbaantraject. Uit een studie van de UGent rond het welzijn bleek dan weer dat een op vier verzuipt in het werk. Een op zes voelt zich vaak tot altijd mentaal uitgeput. Geen wonder dat de Onafhankelijke Ziekenfondsen vaststellen dat alsmaar meer werknemers thuisblijven met burn-outs en depressies.

Inclusiviteit & flexibiliteit

Tot zover het slechte nieuws. Want er bestaan oplossingen. Zo benadrukt Sofie Jacobs van de Antwerp Management School de nood aan realistische beroepsvooruitzichten. “Juiste coaching bij starters op de arbeidsmarkt kan helpen om de reality shock bij de transitie van onderwijs naar werk op te vangen.” Ze pleit voor inclusiviteit, voldoende kansen voor iedereen. “Zo blijven alle groepen op de arbeidsmarkt op de radar.”

Geestelijke gezondheid en werkgeluk verzekeren een duurzame loopbaan. Het codewoord daarbij is flexibiliteit. Onder meer telewerk draagt daartoe bij. Uit een ondervraging van SD Worx blijkt dat acht op tien werknemers merkt dat telewerk de balans tussen werk en privé bevordert. Ook een vierdagenwerkweek en het recht op deconnectie kunnen helpen. Al uit flexibiliteit zich eveneens op andere manieren, bijvoorbeeld in interne mobiliteit en omscholing om het werk zinvol en uitdagend te houden.